2. Ontwerp; voorbeeld en model
Hieronder
volgen twee landschaps/baan ontwerpen, met als uitgangspunt :
van
voorbeeld naar model. Het gaat hier
vooral om het landschaps ontwerp, als drager van het spoorontwerp.
Landschapsplan en sporenplan moeten in wisselwerking met elkaar worden aangepast
, zie ‘de omgekeerde volgorde’ in hoofdstuk 1.
2.1.
Landschapsontwerp Lahntal ( modules 7,8 en 9 LMV N -Lahntalbahn)
Het
ontwerp is geïnspireerd en vorm gegeven door voorbeelden in het westelijk deel
van het rivierdal van de Lahn (zijrivier van de Rijn/ Koblenz/ Hessen, D. ). Het
Lahndal is hier smal, met hoog / steil opgaande dalranden(100-200m) naar een
kalk plateau. De Lahn stroomt hier met een boog om een uitstekende hoge basalt/
kalk formatie. Oorspronkelijk was er hier een eilandje met stroomversnelling in
de rivier. De linker/ zuid oever heeft een smal oeverplateau onder de steil
oprijzende dalrand. Dergelijke oeverplateaus zijn op veel plaatsen in het
Lahndal te vinden als gevolg van wisselwerking van het ‘stijgende’
kalklandschap en de sterk wisselende – soms zeer hoge- water standen van de
rivier. In de plattegrond van het landschap(sontwerp) zijn de contouren van de
LMV modules aangegeven, als uitsnede uit het landschap.(afb.1).
Zoals
in de uitsnede te zien is, wordt van de linker/ zuidoever van de rivier alleen
het oever plateau en het begin van de dalhelling in het model meegenomen; de
volledige dalhelling tot aan het kalkplateau zou in schaal N een hoogte van ca.
1 meter vereisen! De steile basalt/kalk formatie wordt voor een groot deel
meegenomen in het model, evenals het (droog) beekdal. Van de rechter/ noordoever
wordt alleen een smalle oeverstrook opgenomen; de (aanzet) van de dalhelling in
model zou geen zicht meer geven op de rivier en het (model)spoorse gebeuren,
en…daar gaat het uiteindelijk om!
De
letters At/m D in het landschapsontwerp verwijzen naar de latere ingrepen (afb.
2) voor weg, spoor en scheepvaart in het landschap.
Weg, spoor en scheepvaart op de “Lahntalbahn in N”

Het
bovenstaande landschaps ontwerp is op zich een fantasie, gestileerd naar het
westelijk deel van het Lahndal. Het spoor/ moduleontwerp hieronder (afb.2) was
de basis; met een spoortunnel wordt de uitstekende basalt/ kalk formatie met
Lahnbocht door het spoor afgesneden (A= tunnel tracé), het zuidelijk
oeverplateau (C) is afgegraven en vlak gemaakt voor het spoortracé met
steunmuren tegen de dalrand. Bij (B) is het steile wegtracé deels uitgegraven.
In de Lahn is een scheepvaartsluis (D) aangelegd. Het spoor gaat (moet)bij (E)
met een brug over de Lahn, omdat er na de volgende Lahn bocht geen ruimte meer
is op de zuid oever voor het spoortracé.
In
het ontwerp van de LMV Lahtalbahn modules (7,8 en 9) kan het ‘verhaal’ van
het oorspronkelijke landschap nog steeds gelezen worden. De kunstmatige - door
de mens- toegevoegde elementen passen daarbij ‘logisch’ in het landschap.
(Maar vanuit de ‘omgekeerde’ werkelijkheid zijn… tunnel, spoortracé,
weginsnijding/ viadukt, sluis, seinhuis, seinen, huizen, brug,etc , bewust als
beeldbepalend en blikvang voor dit
stuk modelspoorbaan ontworpen. De opgave en uitdaging bij de modelbouw is dus om
het spoormodel logisch in het [model]landschap op te laten gaan! ).
meer informatie over dit onderwerp in de brochure